Nederlands 1000 · Voorzetsel
Vast tegen iets. Naar iemand toe, bij geven, sturen of zeggen. In werking, bij een lamp of een apparaat.
Bijvoorbeeld: Ik geef het boek aan Tom.
In de praktijk: 'De tv is aan' betekent: hij werkt. Het tegendeel is 'uit'.
Notitie: on; to; at · /aːn/