Nederlands 1000 · Tussenwerpsel
Beleefd woord bij een vraag. Zeg je als je iemand iets geeft.
Bijvoorbeeld: Een koffie, alsjeblieft.
In de praktijk: Bij het geven: 'Alsjeblieft, je koffie.' Tegen onbekenden of ouderen: alstublieft.
Notitie: please; here you go · /ɑlsjəˈblift/