Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Getrouwde man; formeel.
Bijvoorbeeld: Mijn echtgenoot werkt in een ziekenhuis.
In de praktijk: Thuis zeg je meestal 'mijn man'. 'Echtgenoot' zie je op formulieren.
Notitie: husband (formal) · /də ˈɛxtxənoːt/