Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Al je familieleden samen: ouders, opa's, oma's, ooms en tantes.
Bijvoorbeeld: Met Kerst zie ik mijn hele familie.
Zo niet: Alleen ouders en kinderen in één huis is 'het gezin'.
Notitie: (extended) family; relatives · /də faːˈmili/