Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Tekening van een land, stad of gebied. Stevig papier met een tekst of plaatje. Bewijs dat je betaald hebt, voor trein of film.
Bijvoorbeeld: Op de kaart zie je waar het station is.
In de praktijk: Een kaartje is vaak een ticket: een kaartje voor de trein.
Notitie: map; card; (kaartje) ticket · /də kaːrt/