Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Grof scheldwoord voor een man die dom of gemeen doet. Plat woord voor het geslachtsdeel van een man.
Bijvoorbeeld: Die lul pakt mijn parkeerplek!
In de praktijk: 'Ik ben de lul' betekent: ik heb pech, ik krijg de schuld.
Notitie: dick, jerk (vulgar) · /də ˈlʏl/