Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Goede vriend; informeel, vooral tussen mannen. Hoe groot iets is, vooral bij kleding.
Bijvoorbeeld: Ik ga voetballen met mijn maten.
In de praktijk: In een winkel: 'Welke maat heeft u?'
Notitie: mate, buddy · /də ˈmaːt/