Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Zoon van je oom of tante. Zoon van je broer of zus.
Zie het zo: Denk aan één woord voor twee jongens: een jongen van je oom, en een jongen van je zus.
Bijvoorbeeld: Mijn neef is net zo oud als ik.
Notitie: cousin (m.); nephew · /də ˈneːf/