Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
De uren en minuten die je hebt.
Bijvoorbeeld: Heb je tijd voor een kop koffie?
Zo niet: Voor de klok vraag je niet 'wat is de tijd?'. Je vraagt: 'Hoe laat is het?'
Notitie: the time · /də ˈtɛit/