Nederlands 1000 · Bijvoeglijk naamwoord
Zonder leugens; je zegt wat waar is. Iedereen krijgt evenveel.
Bijvoorbeeld: Eerlijk gezegd vind ik de soep te zout.
In de praktijk: 'Eerlijk gezegd' hoor je heel vaak aan het begin van een zin.
Notitie: honest; fair · /ˈeːrlək/