Nederlands 1000 · Bijvoeglijk naamwoord
Fijn en warm samen zijn. Het voelt goed met mensen om je heen.
Zie het zo: Denk aan een koude avond. Je zit met vrienden aan tafel. Er is thee en er branden kaarsen. Dat is gezellig.
Bijvoorbeeld: Het was heel gezellig bij oma.
In de praktijk: Nederlanders zeggen het heel vaak. Ook over een café, een feest of een persoon.
Notitie: cozy; convivial; fun · /ɣəˈzɛləx/