Iets bezitten. Een gevoel in je lichaam of hoofd hebben. Helpt een ander werkwoord voor iets dat klaar is.
Bijvoorbeeld: Heb jij een pen voor mij?
In de praktijk: Vormen: ik heb, jij hebt, hij heeft. Bij gevoel: ik heb honger, ik heb dorst. Voor iets dat klaar is: 'Ik heb gegeten.'
Notitie: to have · /ˈɦɛbə(n)/