Nederlands 1000 · Bijvoeglijk naamwoord
Vorm van 'heel' vóór een ding. Alles ervan, niets mist. /ˈɦeːlə/
Bijvoorbeeld: Ik heb de hele dag gewerkt.
Zo niet: 'Heel' zonder -e betekent vaak: erg. 'Heel mooi' = erg mooi.
Notitie: whole; entire