Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Een show op tv of radio. Software op je computer. Plan voor een dag of een feest.
Bijvoorbeeld: Dit programma begint om acht uur.
In de praktijk: Plan voor een dag: het programma van de bruiloft.
Notitie: programme, show; (software) program · /ɦɛt proːˈɣrɑmaː/