Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Het gaat goed; het lukt. Wens voor iemand die iets moeilijks gaat doen.
Bijvoorbeeld: Succes met je examen!
In de praktijk: 'Succes!' zeg je voor een examen, een sollicitatie of een wedstrijd.
Notitie: success; good luck · /sʏkˈsɛs/