Nodig zijn; moeten, maar alleen met 'niet', 'geen' of 'alleen'.
Bijvoorbeeld: Je hoeft niet te betalen. Het is gratis.
Zo niet: Zonder 'niet' of 'geen' is het fout. 'Ik hoef te werken' zeg je niet. Zeg: 'Ik moet werken.'
In de praktijk: 'Je hoeft niet' betekent: het is niet nodig.
Notitie: to have to (only negated: don't have to) · /ˈɦuvə(n)/