Nederlands 1000 · Werkwoord
Al eerder gezien of gehoord hebben. Je weet wie of wat het is.
Bijvoorbeeld: Ken jij mijn broer?
Zo niet: Voor mensen en plekken: kennen. Voor een feit zeg je 'weten': ik weet het antwoord.
Notitie: to know (be familiar with) · /ˈkɛnə(n)/