Nederlands 1000 · Bijvoeglijk naamwoord
Fijn om te eten of te drinken. Fijn voor je lichaam of je gevoel.
Bijvoorbeeld: De soep is heel lekker.
In de praktijk: Nederlanders zeggen het heel vaak: lekker weer, lekker slapen.
Notitie: tasty; nice, pleasant · /ˈlɛkər/