Plat zijn, niet rechtop. Zich op een plek bevinden.
Bijvoorbeeld: De kat ligt op de bank.
Zo niet: Liggen doe je zelf. Leggen doe je met iets anders: ik leg het boek neer.
In de praktijk: 'Utrecht ligt in het midden van het land.'
Notitie: to lie (be lying) · /ˈlɪɣə(n)/