Richting een plek.
Bijvoorbeeld: Morgen gaan we naar het strand.
Zo niet: Naar is de weg ernaartoe. In is de plek zelf: 'Ik ga naar de winkel. Ik ben in de winkel.'
Notitie: to (towards) · /naːr/
- vormt een paar met vanVan Utrecht naar Amsterdam: begin en eind van de reis.