Iets pakken en bij je houden.
Kiezen in een winkel of café.
Bijvoorbeeld: Ik neem een kopje koffie.
In de praktijk: In het café zeg je: 'Ik neem een thee.' Dat is je keuze.
Notitie: to take; to have (order) · /ˈneːmə(n)/
- wordt vaak verward met makenEen foto maak je, je neemt hem niet.