Nederlands 1000 · Voornaamwoord
Wij, na een werkwoord of voorzetsel. Van ons, bij een het-woord.
Bijvoorbeeld: De buurman helpt ons met de verhuizing.
In de praktijk: Als bezit: ons huis, ons kind. Bij een de-woord zeg je 'onze'.
Notitie: us; our (het-words) · /ɔns/