Iets open doen.
De deuren opendoen voor klanten, bij een winkel.
Bijvoorbeeld: De winkel opent om negen uur.
In de praktijk: In gesprek zeggen mensen vaker 'opendoen' of 'openmaken'.
Notitie: to open · /ˈoːpənə(n)/
- is het werkwoord bij open
- betekent bijna hetzelfde als openmaken