Naar een persoon toe, bij zeggen en praten. Niet eens met iets. Raakt iets aan de zijkant.
Bijvoorbeeld: Wat zei je tegen de dokter?
In de praktijk: 'Ik ben tegen dat plan' betekent: ik wil het plan niet. 'De fiets staat tegen de muur.'
Notitie: to (someone); against · /ˈteːɣə(n)/