Gelijktijdig met iets anders. Maakt een tegenstelling.
Bijvoorbeeld: Ik kook terwijl hij de tafel dekt.
Zo niet: Bij een ding zonder zin zeg je 'tijdens': tijdens het eten.
In de praktijk: Het werkwoord gaat naar het eind. Tegenstelling: 'Hij werkt hard, terwijl zijn broer niets doet.'
Notitie: while · /tərˈʋɛil/