Het plan blijft, ook met een probleem. Vraagt om 'ja' in een vraag.
Zie het zo: Denk aan iemand op de fiets in de regen. Het regent, en hij fietst toch.
Bijvoorbeeld: Ik ben moe, maar ik ga toch sporten.
In de praktijk: In een vraag: 'Je komt toch?' Met een harde toon klinkt het boos: 'Dat zei ik toch!'
Notitie: still, anyway; right? · /tɔx/