Grove woorden roepen, vaak met 'God' of met ziektes.
Bijvoorbeeld: Hij vloekt. Hij stootte zijn teen tegen de tafel.
In de praktijk: Vloeken met ziektes is heel grof. Zeg het niet.
Notitie: to curse, swear · /ˈvlukə/
- wordt vaak verward met scheldenSchelden doe je tegen iemand. Vloeken niet.