Nederlands 1000 · Bijvoeglijk naamwoord
Beschikbaar, niet bezet. Zonder werk of school op die dag. Niet gevangen; je mag doen wat je wilt.
Bijvoorbeeld: Is deze stoel vrij?
Zo niet: Zonder geld is 'gratis'. 'Vrij' betekent niet: kost niets.
In de praktijk: 'Ik ben morgen vrij' betekent: ik hoef morgen niet te werken.
Notitie: free; available; off (work) · /vrɛi/