Nederlands 1000 · Werkwoord
Met 'voor': goed letten op iemand. Met 'voor': iets regelen.
Bijvoorbeeld: Zij zorgt voor haar oma.
In de praktijk: 'Zorgen voor' is helpen en letten op. 'Je zorgen maken' is bang zijn voor later.
Notitie: to take care · /ˈzɔrɣə(n)/