Wijst een bekend ding of een bekende persoon aan, bij een de-woord.
Staat bij elk woord als het er twee of meer zijn.
Bijvoorbeeld: De bus komt om acht uur.
Zo niet: 'De huis' is fout. Huis is een het-woord: het huis.
Notitie: the (common gender and plural) · /də/
- wordt vaak verward met hetElk woord heeft 'de' of 'het'. Bij twee of meer dingen is het altijd 'de'.