Nederlands 1000 · Voornaamwoord
Wijst naar iets verder weg, bij een de-woord of bij meer dingen. Staat los voor een persoon of ding waar je net over sprak.
Bijvoorbeeld: Die schoenen zijn te klein.
In de praktijk: In gesprekken hoor je dit heel vaak: 'Ken je Tom? Die woont hier.'
Notitie: that, those · /di/