Iets ontvangen van iemand. Iets gaan hebben, bij een gevoel of een ziekte.
Bijvoorbeeld: Ik krijg elke maand een brief van de bank.
In de praktijk: Verleden tijd: ik kreeg, ik heb gekregen. 'Ik krijg honger' betekent: ik begin honger te hebben.
Discussie: 'Ik krijg een koffie' hoor je vaak in cafés. Sommige mensen vinden dat onbeleefd en zeggen liever 'Mag ik een koffie?'
Notitie: to get, to receive · /ˈkrɛiɣə(n)/