Nederlands 1000 · Werkwoord
Informatie in je hoofd hebben.
Bijvoorbeeld: Weet jij waar het station is?
Zo niet: Mensen en plaatsen ken je: 'Ik ken Tom.' Feiten weet je: 'Ik weet zijn adres.'
Notitie: to know (a fact) · /ˈʋeːtə(n)/