Nederlands 1000 · Voornaamwoord
Eén vrouw of meisje, met nadruk. Een groep mensen, met nadruk.
Bijvoorbeeld: Zij is mijn nieuwe collega.
In de praktijk: 'Zij' is ook een groep: zij wonen in Utrecht. Het werkwoord laat zien welke: zij is, zij zijn.
Notitie: she; they (stressed) · /zɛi/