Nederlands 1000 · Voorzetsel
Aan de kant van iets, in de lengte. Voorbij iets. Kort op bezoek.
Bijvoorbeeld: We fietsen langs het water.
In de praktijk: 'Ik kom even langs' betekent: ik kom kort bij je op bezoek.
Notitie: along, past; by · /lɑŋs/